Koopgids · bijgewerkt 21-10-2026
Zo kies je de juiste winterschoenen
Een goede winterschoen doet drie dingen: hij houdt je voeten warm, hij houdt ze droog en hij voorkomt dat je onderuit gaat op een natte stoep. Niet elke schoen die er winters uitziet, doet dat ook. Met deze punten maak je een goede keuze.
1. Warmte: voering en schachthoogte
Een gevoerde schoen met lamswol, teddy of fleece houdt de warmte het best vast. Ook de hoogte telt: een laars of boot die boven de enkel sluit, houdt wind en sneeuw buiten. Heb je snel koude voeten, kies dan liever een hoog, gevoerd model dan een lage schoen met een dikke sok.
2. Droog blijven: waterdicht of waterafstotend
Waterdichte schoenen hebben een membraan in de voering, vaak Gore-Tex (aangeduid met GTX) of een eigen variant van het merk. Water komt er niet in, maar zweetdamp kan er wel uit. Leren en nubuck schoenen zonder membraan zijn hooguit waterafstotend: met een impregneerspray kunnen ze een bui hebben, maar bij lang lopen in de regen worden ze nat.
3. Grip: let op de zool
Een zool met diep profiel en een zachtere rubbersoort geeft de meeste grip op natte bladeren, klinkers en ijzel. Gladde, harde zolen van nette schoenen of lederen zolen zijn in de winter juist glad.
4. Pasvorm: ruimte voor een dikkere sok
Pas winterschoenen met de sok die je er echt in gaat dragen. Je tenen moeten kunnen bewegen; knellende schoenen voelen kouder aan omdat de bloedcirculatie minder goed is. Bij kinderen houd je ongeveer 1,5 centimeter groeiruimte aan.
5. Onderhoud
Strooizout tast leer aan. Veeg witte zoutranden na een wandeling weg met een vochtige doek, laat de schoenen langzaam op kamertemperatuur drogen (niet op de verwarming) en behandel ze regelmatig met een impregneerspray of schoenvet.